17-11-2017

De nieuwe (beperking) gemeenschap van goederen

Op 19 april 2016 heeft de Tweede Kamer met een grote meerderheid het wetsvoorstel tot wijziging van de gemeenschap van goederen aangenomen. Alleen het CDA, de CU en de SGP hebben niet voor het wetsvoorstel gestemd. Het wetsvoorstel gaat nu naar de Eerste Kamer. Ook in Eerste Kamer kan worden gerekend op een grote meerderheid. Mijn verwachting is dan ook dat het wetsvoorstel op 01-01-2017 wel eens Wet zou kunnen zijn.

Wat gaat er nu eigenlijk veranderen?

1. De nieuwe gemeenschap van goederen

Zodra het huwelijk is gesloten, zonder vooraf andere afspraken te maken, zijn de echtgenoten gehuwd op basis van een gemeenschap van goederen. Het wetsvoorstel geeft aan dat deze gemeenschap van goederen wordt beperkt tot sec hetgeen tijdens het huwelijk gezamenlijk is opgebouwd.

Tot de gemeenschap gaat behoren het vóór-huwelijkse gemeenschappelijke vermogen (ongeacht ieders aandeel daarin) en het vermogen dat tijdens het huwelijk verkregen is. Belangrijke uitzondering hierop is het vermogen onder een uitsluitingsclausule is verkregen. Belangrijk verschil met het huidige systeem is dat het vermogen dat ieder vóór het huwelijk al had en het uitsluitingsvermogen automatisch buiten de gemeenschap van goederen vallen.

De huidige algehele gemeenschap van goederen is een vorm die apart als huwelijkse voorwaarden zal moet worden vastgelegd. Via huwelijkse voorwaarden kan je samen afspreken om via koude uitsluiting niets gezamenlijk te delen, maar ook via “algehele” gemeenschap van goederen binnen de huwelijkse voorwaarden alles samen te delen.

Aanstaande echtgenoten zullen vooraf met elkaar in gesprek moeten gaan om afspraken met elkaar te maken. Pre-Mediation kan hier een mooie oplossing voor zijn. De aanstaande echtgenoten gaan vooraf hun belangen vastleggen, zowel financieel als ook wanneer zij met elkaar de afspraken evalueren, bijvoorbeeld op het moment dat er kinderen binnen het huwelijk worden geboren. Dit past overigens prima in het verdienmodel binnen financiële advisering.

2. Erfenis of schenking
Thans is het zo dat alleen schenkingen en erfenissen waarbij uitdrukkelijk bepaald is dat deze niet tot de gemeenschap gaan behoren, erbuiten vallen. De erflater of schenker zal een ‘uitsluitingsclausule’ moeten opnemen. In het wetsvoorstel is geregeld dat dit vermogen er automatisch buiten wordt gesloten.

Er kan op twee manieren van worden afgeweken:


  1. Als de echtgenoten van de wettelijke regel willen afwijken, kunnen zij huwelijkse voorwaarden opstellen waarin is bepaald dat geschonken of geërfd vermogen in de gemeenschap valt. Maar heeft de erflater of schenker een ‘uitsluitingsclausule’ opgenomen, dan gaat die voor;
  2. Wil de erflater of schenker dat de schenking of erfenis in de gemeenschap valt, dan kan hij/zij met een ‘insluitingsclausule’ bepalen dat door hem/haar nagelaten of geschonken vermogen daar toch toe gaat behoren. Als de echtgenoten dit niet zien zitten, kunnen zij huwelijkse voorwaarden maken. Deze gaan wel voor op de ‘ insluitingsclausule’.

3. Bewijsvermoeden
Wat nu als echtgenoten ruzie hebben over wie welk vermogen toebehoort? Een belangrijke bepaling uit de huidige regeling is het vermoeden dat vermogen in de gemeenschap valt als geen van de echtgenoten kan bewijzen dat het van hem of haar privé is. Dit bewijsvermoeden keert terug in de nieuwe regeling.

Sterker, het belang van deze bepaling zal toenemen, doordat er meer vermogen privé kan zijn. Dat zal dan met name gaan over roerende zaken. Uit het kadaster en het aandeelhoudersregister valt wel eenvoudig te herleiden wie het huis en de aandelen in de BV toebehoren.

4. Ondernemingswinsten
Stel één van de echtgenoten heeft vóórhuwelijks ondernemingsvermogen (al dan niet in een BV waarin de ondernemer zeggenschap heeft). De ondernemer besluit om de daarmee behaalde winsten niet uit te keren. Als deze echtgenoot deze winst dan toevoegt aan het vóórhuwelijks ondernemingsvermogen, zou deze vermogenstoename onder de nieuwe regeling niet in de gemeenschap vallen. In alle redelijkheid vast te stellen deel van deze winsten (maar ook verliezen), zullen wel in de gemeenschap vallen. Ook van deze bepaling kan bij huwelijkse voorwaarden worden afgeweken.

5. Schulden van een echtgenoot
Momenteel is het zo dat een schuldeiser voor een privé-schuld van echtgenote Anja zowel het privé-vermogen van Anja als het vermogen in de gemeenschap kan aanspreken. Als de schuldeiser zijn schuld met het vermogen uit de gemeenschap voldoet, moet echtgenoot Gert maar afwachten of Anja haar schuld aan hem voldoet.

De positie van Gert wordt in dit Wetsvoorstel verbeterd; de schuldeiser moet direct de helft van de verkoopopbrengst van het uitgewonnen vermogen afstaan aan Gert. Die kan deze opbrengst toevoegen aan zijn privévermogen. Als Gert over voldoende privévermogen beschikt, heeft Gert ook het recht om het vermogensbestanddeel uit de gemeenschap voor de halve waarde over te nemen. Dat gaat dan tot Gert’s privévermogen behoren.

6. Twee soorten ‘gemeenschappen van goederen’
Met de inwerkingtreding van de nieuwe wet ontstaan er twee soorten gemeenschap van goederen:


  1. Gemeenschappen ontstaan vóór inwerkingtreding van deze wet: hierop blijven de huidige regels van toepassing. Als één van de echtgenoten een erfenis verkrijgt, valt die dus in de gemeenschap van goederen, tenzij de erflater een uitsluitingsclausule heeft gemaakt;

  2. Gemeenschappen ontstaan ná inwerkingtreding van deze wet: hierop worden de nieuwe regels van toepassing. Dat kunnen dus personen zijn die gaan trouwen of echtgenoten die hun huwelijkse voorwaarden wijzigen.

Ook voor privé-schulden van één van de echtgenoten, ontstaan er twee regelingen: die van vóór en die van ná de inwerkingtreding van deze wet.

Bron: Erik Baaijens, AMV-Opleidingen